Bemelerberg | Schiepersberg | Julianagroeve

Bemelerberg | Schiepersberg | Julianagroeve

Tussen Berg en Terblijt, Bemelen, Cadier en Keer, Margraten en Sibbe ligt een aantal reservaten van Stichting het Limburgs Landschap [totaal bijna 200 ha]. De hoofdmoot bestaat uit bloemrijke graslanden, kalkhellingen en hellingbos. Ook ligt er een aantal ondergrondse mergelgroeves. Bijzonder zijn de Julianagroeve en groeve 't Rooth. In de laatste vindt nog steeds mergelwinning plaats [buiten de eigendommen van de Stichting]. Het enige jaren geleden aangeplante Klinkenberghbos van ongeveer 5 ha ligt ook in deze omgeving.

Bereikbaarheid en recreatiemogelijkheden

In Bemelen stopt buslijn 53 en in Cadier en Keer de lijnen 50 en 53. Holle wegen en wandelpaden doorsnijden de natuurterreinen ten noorden en oosten van Bemelen. Vanaf daar is de Bemelerberg goed te overzien. Om de hellinggraslanden van dichtbij te zien is er in het natuurgebied een speciaal gedeelte voor het publiek opengesteld. De rest is vanwege de kwetsbare vegetatie op de zeer steile hellingen niet toegankelijk. De grotten zijn wegens instortingsgevaar verboden terrein. De smalle reservaten Mettenberg en Schiepersberg zijn vanaf de aangrenzende wegen te overzien. Dit laatste geldt ook voor alle terreinen bij Klein- en Groot-Welsden. Het Klinkenberghbos is vrij toegankelijk op het wandelpad dat het gebied doorsnijdt. groeve 't Rooth is op zaterdag geopend, vanaf Paaszaterdag tot en met oktober van 9 tot 15.30 uur.

Geschiedenis

Vele duizenden jaren moeten de hellingen van de Bemelerberg met bos bedekt zijn geweest. Waarschijnlijk kwam daar zo'n 6000 jaar geleden verandering in. De toenmalige bewoners hielden vee. Ze verwijderden het bos en gebruikten de open terreinen als graasgebied. Hier ontstond heide en grasland, waar tot 1923 werd begraasd. Dat jaar vertrok de laatste scheper van Bemelen, Wum Vroom, naar Frankrijk. De rondtrekkende kudde die regelmatig de kalkgraslanden van de Bemelerberg 'beheerde', verdween met hem. Naast beweiding vond op de Bemelerberg ook mergelwinnig plaats. De vier uitgegraven mergelgroeven vormden in gevaarlijke tijden een vluchtplaats voor de plaatselijke bevolking. In één van de grotten, de Cluysberg, woonde ooit een kluizenaar. Daarom staat deze voormalige kluis sinds 1965 op de Monumentenlijst. De Bemelerberg is één van de oudste bezittingen van Het Limburgs Landschap. De eerste aankoop vond in 1942 plaats om de enige Nederlandse groeiplaats van de berggamander veilig te stellen. In het Natuurbeschermingsjaar 1970 zorgde de aankoop van het waardevolle kalkgrasland het Hoefijzer voor een belangrijke uitbreiding van het gebied. In 2000 werd de oppervlakte van het reservaat verder vergroot. De ruilverkaveling Mergelland-West werd afgerond, waardoor het areaal reservaat meer dan verdubbelde. Eind 2003 kwam er nog ruim 20 ha van het Beschermd Natuurmonument in groeve 't Rooth bij. Het beheer van de Bemelerberg bleek niet eenvoudig. Omdat schaapskudden ontbraken, groeiden de graslanden dicht. Zeldzame kalkgraslandplanten dreigden te verdwijnen. Daarom is struweel en bos gekapt en lopen er sinds 1979 weer schapen op de Bemelerberg, zodat openheid gegarandeerd is. Die schapen begrazen tevens de Julianagroeve, een unieke dagbouwgroeve, en de ernaast gelegen Kooberg. In de Julianagroeve startte de mergelwinning in 1938. Vanwege de slechte kwaliteit van de mergel stopte men echter al weer in 1954. Ook in de nabijgelegen groeve 't Rooth werd rond 1938 gestart met mergelwinning die nu nog voortduurt. De mergel wordt in de landbouw gebruikt. In 1999 opende de Stichting het Klinkenberghbos, aangeboden aan oudvoorzitter Klinkenbergh van het bestuur van De Landschappen, het samenwerkingsverband van de 12 Provinciale Landschappen. Zijn vader was ooit secretaris van Het Limburgs Landschap. Het bos is zo'n 5 ha groot. Een ander recent aangeplant bosperceel ligt ten noorden van de Koelebos.

Beschrijving

De Bemelerberg bestaat grotendeels uit steile hellingen met grasland, plaatselijk met hoogstamfruitbomen, struweel en hellingbos. Door de ligging op de grens van hoogterras [plateau van Margraten] naar middenterras van de Maas komen er meerdere bodemsoorten aan de oppervlakte met verschillende zones van kenmerkende plantensoorten. Bovenop de helling en langs de plateaurand bevindt zich een mengeling van grind, zand en löss. Hierop groeide vroeger de heide; nu zijn er heischrale graslandvegetaties met planten als zandblauwtje, muizenoor, zilverhaver, struikheide en ook welriekende nachtorchis aanwezig. Daaronder komt het 'Maastrichtse krijt' dicht aan de oppervlakte. Hier ligt kalkgrasland met zeldzaamheden als het fraaie grasje bevertjes, geelhartje, duifkruid en driedistel. Op steile rotsachtige kalkhellingen groeien plantensoorten van stenige milieus; bijvoorbeeld zacht vetkruid, mantelanjer en stijf hardgras. Onderaan de helling ten slotte komt een meer bekende graslandvegetatie voor met glanshaver, gewone bereklauw, gewone agrimonie en heggenwikke. De verschillende, boven elkaar gelegen zones maken de Bemelerberg één van de soortenrijkste reservaten van Het Limburgs Landschap. Omdat de omvang van deze zeldzame graslanden in Nederland erg klein is, werkt de Stichting oostelijk van de bestaande waardevolle terreindelen aan uitbreiding. Voormalig agrarisch gebruikt grasland is geplagd en er is maaisel uit een ander reservaat uitgestrooid. De eerste resultaten zijn boven verwachting. Twee soorten ratelaar, gewone vleugeltjesbloem en rolklaver hebben zich er gevestigd en het gebied blijkt al gekoloniseerd door de zeer zeldzame veldparelmoervlinder. Niet alleen het aantal plantensoorten is groot in de kalkgraslanden maar ook het aantal kleinere diersoorten. 35 Soorten dagvlinders zijn op de Bemelerberg gezien en 328 soorten bijen en wespen zijn gevonden. Een onderzoek naar wantsen in 2003 leverde 175 soorten op, waarvan er drie niet eerder in Nederland waren gevonden. Insecten zijn vaak zonliefhebbers en de op het zuiden gerichte hellingen met hun gevarieerde vegetatie blijken een goed leefgebied. Ook liefhebbers van koele omstandigheden benutten echter de omgeving van de Bemelerberg. In de onder de berg gelegen Koelebosgroeve overwinteren honderden vleermuizen van acht verschillende soorten. Ten zuidoosten van de Bemelerberg ligt een vrijwel aaneengesloten lint aan eigendommen van Het Limburgs Landschap. Gebieden met nu al hoge natuurwaarden liggen op de Schiepersberg en in de Julianagroeve. Op de Schiepersberg bezit Het Limburgs Landschap een kleine oppervlakte struweel en bos; in de omgeving komen nog waardevolle en recent vergrote kalkgraslandjes voor met onder andere orchideeën. In de nabije toekomst wordt uitbreiding van dit areaal grasland nagestreefd. Hiervoor moet bos worden gekapt. Op een andere locatie bij Bemelen is echter al nieuw bos geplant, zodat de oppervlakte natuur toeneemt. De Julianagroeve is een open mergelgroeve met een enkele tientallen meters hoge wand, waarin geologische verschijnselen te zien zijn als 'orgelpijpen' [zie pagina 48]. Algemene broedvogels als torenvalk, holenduif en kauw zijn ook bewoners van de steile wand. In de groeve, die door schapen begraasd wordt, liggen enkele poelen. Vroedmeesterpadden profiteren hiervan. Speciaal voor de zeldzame geelbuikvuurpad zijn er ondiepe plas-draspoelen aangelegd. Deze liggen bij de Schiepersberg, in de Julianagroeve, bij de Mettenberg en in groeve 't Rooth. De laatste is op dit moment het laatste belangrijke leefgebied van Nederlands zeldzaamste amfibie. Groeve 't Rooth is deels in eigendom bij de Stichting en deels nog in gebruik bij Ankerpoort bv. Het afgewerkte stuk van de groeve heeft zich ontwikkeld tot belangrijk natuurgebied. In de hele groeve graast een aantal koniks en een kudde geiten. Op noordhellingen van vrijgekomen vuursteen bevinden zich unieke varenvegetaties met onder meer steenbreekvaren, tongvaren en de in Nederland erg zeldzame lansvaren. Plaatselijk komt nog steeds kalk aan de oppervlakte waardoor er kalkminnende planten groeien als donderkruid en wilde marjolein. Vlinderstruiken groeien her en der op de stenige bodems en trekken een rijke dagvlinderfauna aan, waaronder vooral veel koninginnepages. De zuidelijke oeverlibel en de tengere grasjuffer profiteren ook van de beschutte ligging en het plaatselijk warme klimaat. Ze planten zich voort in de ondiepe poeltjes en beekjes in de groeve. Verder worden de natuurgebieden hier vooral gevormd door loofbossen. Op de steile hellingen groeit plaatselijk oud bos met dikke zomereiken. Omdat de hellingen op het zuiden zijn gericht, zijn ze vroeg in het voorjaar al snel opgewarmd. Voorjaarsplanten als speenkruid en het maarts viooltje bloeien hier al erg vroeg in het jaar. Af en toe voeren vrijwilligers van de Vereniging tot Natuurbehoud Cadier en Keer ondersteund door de Stichting kleinschalige kapwerkzaamheden uit. Zo zijn inhammen in het bos ontstaan waarin kalkrotsen hier en daar weer in de felle zon liggen. De afwisselende bosranden vormen verbindingsroutes tussen leefgebieden voor dagvlinders. In het Mergelland is niet erg veel bos en zeker niet op vlakke bodems. Daarom is bovenop de hellingen in het kader van de ruilverkaveling bos aangeplant. Deze bosstrook verbindt diverse natuurgebieden en beschermt ze tevens tegen instroming van mest en bestrijdingsmiddelen die op landbouwgronden op het plateau gebruikt worden. In het gebied ligt ook het in 1999 tussen de Mettenberg en Cadier en Keer aangelegde Klinkenberghbos. Op de dalbodem zijn vochtminnende bomen als de gewone es geplant en op de hellingen zomereik en beuk. Er liggen enkele restanten van kleine landschapselementen en een poel. Over tientallen jaren zullen in dit bos spechten en boomklevers hun broedgebied hebben.

Beheer in periode 1985-2011

vergrassing door gevinde kortsteel teruggedrongen door maaien en 'drukbegrazing' met schapen | struweel verwijderd om kalkgraslanden te bevoordelen op Bemeler- en Schiepersberg en het Hoefijzer | door plaggen en opbrengen van maaisel start gemaakt met ontwikkeling hellingschraalgraslanden | groot areaal graslanden ingericht in kader van de ruilverkaveling 'Mergelland' | oorspronkelijke grotingang mergelgroeve Houbenbergske hersteld | vrij liggende kalkkoppen via kap en vervolgbeheer weer zichtbaar gemaakt | nieuw bos in Klinkenberghbos aangeplant | leefgebied vroedmeesterpad en geelbuikvuurpad geoptimaliseerd door aanleg speciale poelen.

Beheervoornemens vanaf 2011

Verdere uitbreiding oppervlakte hellingschraalgrasland | voortzetting van beheer van waardevolle hellingschraallanden en kalkgraslanden | voortzetting onderhoud en nieuw aanleggen kleine landschapselementen: poelen,heggen,graften, hoogstambomen en [knot]bomen | herstel lekkende poelen.

Meer info en folders

Van dit natuurgebied is geen informatiefolder beschikbaar.

Bekijk hier de 11 minuten durende documentaire over het 'tuunen' van de haag bij de Bemelerberg van RTV Maas en Mergalland.