Boshuizerbergen | Hoogzand

Boshuizerbergen | Hoogzand

De Boshuizerbergen en Hoogzand [246 ha] liggen ten noordoosten en oosten van Venray. De Boshuizerbergen bestaat vooral uit naaldbos met een grote kern van jeneverbesstruweel en enkele door bos omrandde stuifzandhoeken. Aan de noordoostzijde liggen in een laaggelegen zone [Op den Buus] vochtige weilanden en broekbos. Ten zuiden van landgoed Geijsteren ligt recent geplant bos en een natuurvriendelijke akker [bij Hoogzand].

Bereikbaarheid en recreatiemogelijkheden

Vanaf ns-station Venray is de Boshuizerbergen wandelend in een half uur te bereiken. Meerdere voor wandelaars vrij toegankelijke paden en het Pieterpad doorsnijden het gebied. Er ligt een witte wandelroute van 5 km. Ook in het omrasterde deel, waar schapen grazen, zijn honden aangelijnd toegestaan.

Geschiedenis

De Boshuizerbergen ligt grotendeels op zandduinen die in de laatste en voorlaatste ijstijd door een ijzige wind zijn opgestoven. Deze bodems zijn erg arm aan voedingsstoffen en dus economisch nauwelijks interessant. Om toch profijt te hebben van het gebied liet de plaatselijke bevolking het door schapen begrazen. Overbegrazing had het ontstaan van stuifzanden tot gevolg. In de laatste eeuw is een groot deel van het stuifzand beplant met naaldhout, voornamelijk grove den. Hierdoor werd het stuivende zand vastgelegd en werd tegelijk stuthout voor de Limburgse mijnen geproduceerd. Eind jaren '20 dreigde de Boshuizerbergen geheel ontgonnen te worden; ook het toen al unieke jeneverbesstruweel liep gevaar. Het redden van dit landschap was een van de aanleidingen voor de oprichting van Stichting het Limburgs Landschap. Hoewel het gevaar van ontginning in die tijd werd afgewend, duurde het nog tot 1971 eer het gebied definitief werd veiliggesteld en in bezit kwam bij Het Limburgs Landschap. Beheer was noodzakelijk. Dennen en berken dreigden de jeneverbessen te verdringen, terwijl de overgebleven stuifzanddelen dichtgroeiden. Na de aankoop is het beheer gericht op het in stand houden van deze halfnatuurlijke landschapstypes.

Beschrijving

Gaande van zuidwest naar noordoost veranderen de Boshuizerbergen. In het zuidwesten ligt, direct naast de spoorlijn, het jeneverbesstruweel. Het is het grootste in Zuid-Nederland. De oudste jeneverbessen zijn 115 jaar oud, zo bleek uit een meting in 2004. Naast oude jeneverbessen staan ook recent gekiemde exemplaren. Dat is verheugend, omdat verjonging van jeneverbesstruwelen vaak moeizaam verloopt. In deze hoek van het terrein liggen ook stuifzandrestanten met hun karakteristieke vegetatie van korstmossen, buntgras en enkele bloeiende plantensoorten. De afwisseling van stuifzand, jeneverbessen en grove dennen vormt een goed leefgebied voor veel warmteminnende insecten. Een insectenetende vogelsoort als de boompieper profiteert hiervan. Ook vuurgoudhaantjes zingen af en toe vanuit het struweel. Wandelend in oostelijke richting wordt een aantal grove dennenpercelen gepasseerd. Deze hebben een schrale vegetatie, voornamelijk bestaande uit bochtige smele en brede stekelvaren. Vogels van naaldhout als de kuifmees en het goudhaantje zijn er eenvoudig te zien. Het dennenbos is eenvormig van karakter, de meeste bomen zijn even oud. Sinds 1992 wordt daarom speciaal natuurtechnisch bosbeheer uitgevoerd. In samenwerking met een Wageningse onderzoeksinstelling is een plan gemaakt om tot een gevarieerder bos te komen. In het bos zijn ruim honderd gaten met verschillende oppervlakten gekapt. Hier kan het bos verjongen, en planten- en diersoorten van open plekken krijgen er meer leefgebied bij. In 2002 zijn opnieuw enkele tientallen open plekken gekapt waardoor geleidelijk meer variatie in leeftijd van het bos ontstaat. De natuurlijke ontwikkelingen worden gevolgd. Een leuke ontdekking is dat rode bosmieren de kleine kapvlaktes massaal gaan bewonen. Op overgangen van het bos naar een open plek verschijnen steeds meer mierenhopen. Aan de noordoostzijde van het gebied verandert de plantengroei. Naaldhout maakt plaats voor berken. De bomen staan op rabatten, verhoogde zandruggen in het terrein. Rabatten werden vroeger aangelegd om een gebied beter te kunnen ontwateren. Tegenwoordig is het gebied door ontwatering in de buurt enigszins verdroogd, 's zomers staat er nauwelijks nog water. De plantengroei wijst er echter op dat het water niet ver weg is. Soortenals gagel, koningsvaren en enkele soorten zeggen, maar ook de zachte berk, komen alleen onder vochtige omstandigheden voor. Aan de rand van het vochtige gebied liggen enkele met sloten doorsneden graslandpercelen [Op den Buus], die onderdeel uitmaken van een oude Maasmeander. In deze sloten komt kwelwater dat uit omliggende hoger gelegen gronden is toegestroomd aan het oppervlak. Omdat dit kwelwater een heel karakteristieke samenstelling heeft, komen hier speciale planten voor zoals veldrus en moerasviooltje. De aangrenzende graslanden zijn tot 1996 voor landbouwdoeleinden gebruikt. Eén van de sloten is in 1999 afgedamd. Tevens is de verrijkte grond van dit weiland afgegraven. Daardoor is er nu moerassig grasland ontstaan. Interessante plantensoorten als moerashertshooi zijn na de herinrichting teruggekeerd. Vanwege het behalen van deze goede resultaten zijn noordelijk van de weg Venray-Maashees ook enkele ondiepe plassen gemaakt. Zo is het leefgebied van zeldzame soorten vergroot en het landschap gevarieerder geworden.

Beheer in de periode 1985-2011

jeneverbesstruwelen vrijgesteld Door kap grove dennen en berken | jeneverbesstruweel als begrazingseenheid ingericht, periodieke begrazing met schapen gestart recreatieve voorzieningen uitgebreid pachtvrij verkrijgen van een complex

 

cultuurgronden, waarop natuurlijke graslanden kunnen ontstaan bouwvoor afgegraven, waterpeil opgestuwd in vochtige graslanden Op den Buus, zowel zuidelijk als noordelijk van de provinciale weg inrichten vleermuisverblijf in de voormalige reinwaterkelder.

Beheervoornemens vanaf 2011

zo mogelijk in samenwerking met de gemeente Venray komen tot vergroting winddynamiek door het kappen van bomen rond het stuifzand begrazingsbeheer rond jeneverbesstruweel voortzetten en door specifiek beheer verjonging jeneverbes stimuleren veelal handmatig vrijstellen van jeneverbes en gagel door vrijwilligers | natuurtechnisch bosbeheer toepassen op het gehele bosareaal kleinschalig plaggen stuifduinen ten behoeve van warmteminnende soorten als insecten en reptielen voortzetten beheer kleinschalige heideterrein bestrijding Amerikaanse eik en Amerikaanse vogelkers bosrandbeheer ten behoeve van bruine eikenpage.

Meer info en wandelfolders

Wandelfolder: Welkom in de Boshuizerbergen