Dubbroek

Dubbroek

Het Dubbroek [148 ha] ligt deels in een oude Maasbedding tussen Maasbree, Baarlo en Hout-Blerick. Het is voornamelijk bedekt met elzenbroekbos en plaatselijk nog aangeplant populierenbos in de laagste delen, en op de hogere delen eiken-berkenbos en naaldbos. Op de overgang van nat naar droog ligt essen-eikenbos. Verspreid liggen enkele graslandpercelen en open water. De Springbeek ontspringt in het Dubbroek.

Bereikbaarheid en recreatiemogelijkheden

Bushalte Boszicht van lijn 61 [Venlo-Weert] en lijn 62 [Venlo-Panningen], kan als vertrekpunt dienen voor een wandeling door het Dubbroek en omgeving. Het Dubbroek zelf is vrij toegankelijk op wegen en paden. Er lopen diverse regionale fietroutes, een anwb-wandelroute en een witte wandelroute van 3,5 km.

Geschiedenis

Er zijn archeologische bewijzen dat er zeker sinds de IJzertijd mensen wonen in de omgeving van het Dubbroek. Ongetwijfeld zal het toen een onherbergzaam, venig moerasbos zijn geweest dat hoogstens werd benut om hout te halen. Ook in de Romeinse tijd leefde de mens in het gebied. Aan de zuidkant zijn resten van een oude steenoven aangetroffen. Mogelijk is hout uit het Dubbroek gebruikt om de oven te stoken. Tot de Tweede Wereldoorlog werd het elzenbroekbos nog voor houtproductie gebruikt. Om de 8 à 10 jaar werden kaprijpe percelen broekbos geveild. De hoogste bieder kapte het bos en gebruikte het hout voor weipalen en ruiters. In de jaren vijftig en zestig werd veel elzenbroekbos vervangen door aangeplante populieren. Ook zeer natte hooilanden werden met populieren beplant. Zo kocht Het Limburgs Landschap de eerste delen van het Dubbroek van de gemeente Maasbree. Inmiddels zijn de populierenproductiebossen gekapt en omgevormd tot elzenbossen. Met financiële steun van onze beschermers zijn enkele fraaie rijbeplantingen met populieren van de gemeente aangekocht. In het Dubbroek ligt ook een oud kerkhof uit 1880. Hier zouden niet-katholieken begraven moeten worden uit Blerick, Baarlo en Maasbree, maar het is niet veel gebruikt. Toen het kerkhof na de Tweede Wereldoorlog in onbruik raakte, werd het langzaam maar zeker door groeiende bomen en struiken overwoekerd. Het Limburgs Landschap heeft de structuur van deze historische plaats weer herkenbaar gemaakt in het landschap.

Beschrijving

In de laagste delen van het Dubbroek, waar vrijwel permanent water boven of dicht bij het maaiveld staat [bijvoorbeeld in de zogenaamde Diepe Kuil], groeit elzenbroekbos gedomineerd door zwarte elzen. In het vroege voorjaar is de kruidlaag hier soms helemaal lichtpaars van de vele pinksterbloemen met daarin gele dotterbloemen. Andere karakteristieke plantensoorten zijn onder andere zeven zeggensoorten, holpijp, grote boterbloem, kleine valeriaan, gele lis en wateraardbei. Als het elzenbroekbos iets uitdroogt, vindt verruiging plaats met bramen en ruigtesoorten als moerasspirea. Koningsvaren kan zich in zulke situaties lang handhaven. Het populierenbos kent een relatief arme fauna maar is interessant voor wielewaal en spechtensoorten. Op de overgang van de natte naar de droge gronden groeit essen-eikenbos met vooral zomereik en gewone es. De struiklaag is soortenrijk met onder andere Gelderse roos en gewone vogelkers. De bossen op de enkele meters hoge steilrand aan de zuidwestzijde van het Dubbroek bestaan voornamelijk uit zomereik en ruwe berk. In singels van hardhout staan essen en elzen. Valse salie geeft wat kleur aan de van nature soortenarme kruidlaag. Verspreid door het gebied liggen graslanden, rietveldjes met kleine karekieten en rietgorzen, en een moerasje omringd met wilgenstruweel waar dodaars, wintertaling en waterral tot broeden komen. Eind jaren '90 zijn hier plaatselijk wilgen en riet verwijderd en is de waterbodem tot op de veenlaag afgegraven om enkele verdroogde broekbossen weer natter te maken. Een zeer geleidelijke verhoging van het grondwaterpeil en het af en toe laten droogvallen tijdens de zomer is optimaal voor zeldzame plantensoorten. Vooral dotterbloem en holpijp gingen onmiddellijk vooruit. In het zuidwesten van het Dubbroek ligt het brongebied van de Springbeek die ter hoogte van de watermolen van Hout-Blerick via de Romeinenweerd in de Maas uitkomt. Tegenwoordig is het stromende beekwater geheel geïsoleerd van het stilstaande water in het Dubbroek. Behalve rijk aan vogels is het Dubbroek rijk aan insecten. Er zijn 18 soorten dagvlinders gezien waaronder eikenpage, boomblauwtje en kleine vuurvlinder. Ook elf soorten sprinkhanen zijn waargenomen. Zoogdieren als das, wezel, bunzing, eekhoorn en waterspitsmuis leven in het gebied. De grote soortenrijkdom komt door de variatie in biotopen en de relatieve rust.

Beheer in de periode 1985-2011

een stuw geplaatst in de Springbeek om de hydrologie beter te kunnen sturen poelen aangelegd voor waterfauna ontwikkeling gestimuleerd van bloemrijke hooilanden door maaien en afvoeren maaisel drie plassen hersteld door verwijderen wilgen, riet en deel waterbodem Gereformeerd Kerkhof weer zichtbaar gemaakt hakhoutbeheer uitgevoerd aan de zuid-westzijde nieuw bos aangeplant op voormalige landbouwgrond [laagstamboomgaard].

Beheervoornemens vanaf 2011

pachtvrij maken van de cultuurgronden in kern reservaat meer nieuw bos aanplanten op voormalige landbouwgrond aan rand gebied populierenbos kappen voor ontwikkeling elzenbroekbos omvorming van naald- naar loofbos met eik en zoete kers op overgang droog naar nat verwijderen van Amerikaanse eik en vogelkers in stand houden hakhoutbeheer en knotwilgen uitvoeren bosrandenbeheer hooilandbeheer op natte graslanden.

Meer info en folders

Van dit natuurgebied is geen informatiefolder beschikbaar.