Frankenhofmolen

Frankenhofmolen

In het uiterste zuidoosten van de provincie ligt tussen Holset en Vaals en langs de Zieversbeek een oud industrieel molencomplex, de Frankenhofmolen, in de volksmond vaak simpelweg Volmolen genoemd. Het wordt omringd door enkele vochtige graslanden, die deels met hoogstambomen beplant zijn. De oppervlakte van het eigendom bedraagt 8 ha.

Bereikbaarheid en recreatiemogelijkheden

De Frankenhofmolen is voor wandelaars en fietsers vanaf de Weijerweg te zien. De molen en directe omgeving zijn tijdens de restauratie niet voor publiek toegankelijk. Als dit werk is afgerond en het pand een bestemming gekregen heeft, wordt het publiekelijk opengesteld. Buslijn 61 stopt nabij Vaalsbroek [halte Vaalsbroek; 600 m] en in Holset [halte Hotel Mergelland; 1000 m].

Geschiedenis

De Frankenhofmolen, die sinds zeker 1810 onder deze naam bekend staat, ligt in een van voorsprong kletsnat broekgebied vol bronnen. Al vanaf de 14e eeuw was dit gebied bekend als de Weijer, vanwege de aanwezigheid van vijvers. Deze vijvers waren mogelijk gekoppeld aan een versterkt huis [van de heren van Wyer], waarvan overigens nooit resten zijn aangetroffen. De industriële geschiedenis begint er in 1606. Steffen Ackets van Weyer neemt het initiatief tot de bouw van twee kopermolens. Waterkracht aangeleverd door twee waterraderen [waarvan de sporen in het huidige gebouw nog zichtbaar zijn] produceert energie om stampers aan te drijven die koper en messingplaten slaan. Die kunnen dan tot ketels en dergelijke worden omgevormd. Deze metaalnijverheid wordt voortgezet tot in het begin van de 18e eeuw. Vanaf 1736 doet gedurende ongeveer anderhalve eeuw de textielindustrie zijn intrede in het pand. Isaac van Leuvenich uit Burtscheid, nabij Aken, bouwt de kopermolen om tot volmolen. Dat is niet onlogisch; zowel in koper- als in volmolens zijn stampers nodig. Bij het vollen worden wollen vezels met stampers in een vloeistof [onder andere bestaande uit urine] tot een viltige laag bewerkt, waardoor er later kwalitatief betere stoffen [eerst laken, later dekens] mee gemaakt kunnen worden. In 1781 vond een aanzienlijk uitbreiding van het gebouw plaats, en kreeg het zijn huidige u-vorm. Tevens werd er een spinnerij gevestigd, terwijl er begin 19e eeuw ook nog een weverij in de Frankenhofmolen werd geplaatst. In 1859 werden ook bij de Frankenhofmolen de effecten van de industriële revolutie zichtbaar. Aan de zijkant van het gebouw, los van het pand, werd een ketelhuis geplaatst, waarin middels een stoommachine extra energie voor de textielfabriek geleverd kon worden. De textielindustrie in de molen overleefde twee branden [een grote in 1862, en een kleinere in 1877]; na beide branden werd het complex opnieuw opgebouwd. De westvleugel uiteindelijk in een kleinere versie. In 1905 kwam er een eind aan de textielindustrie in de volmolen. Een staking van het personeel was aanleiding voor de toenmalige eigenaar Merzenich om het pand te sluiten. Cretiën Leclercq kreeg vanaf dat jaar de molen in pacht. Hij gaf er andere functies aan: graanwatermolen in het hoofdgebouw [waarin nieuwe bovenslagwaterraderen werden geplaatst], woning en boerderij. Vanaf circa 1950 verloor het gebouw zijn molenfunctie. De boerderij- en woonfunctie bleven tot het eind van de 20e eeuw in stand. De laatste bewoners waren echter niet in staat om het grote complex te onderhouden, en geleidelijk trad verval in. In 2007 was de stichting in staat het toen ernstig vervallen complex, dat wel de Rijksmonumentstatus draagt, met omliggende gronden te verwerven.

Beschrijving

De Frankenhofmolen is uniek vanwege de aanwezigheid van vele facetten die nodig waren om de [textiel]industrie op waterkracht optimaal te laten functioneren. Niet alle onderdelen zijn eigendom van de Stichting maar wel in de omgeving zichtbaar. Recht voor de laan die naar de molen leidt ligt het oude vijvercomplex, waarin water werd opgevangen dat de Zieversbeek aanvoerde. Voordat het water in de grote weijer kwam, passeerde het een zandvang. Deze was nodig om te garanderen dat slib- en zandloos water werd gebruikt bij het vollen van de wol. Ook achter de molen zijn nog twee [kleinere] vijvers herkenbaar. Al deze vijvers hadden als doel om zelfs tijdens extreem droge periode water voor een draaiend rad te kunnen leveren; zonder deze energiebron stond de molen immers stil. In de loop der tijd is de grote weijer helemaal verland en dichtgegroeid. Van het molencomplex en bijgebouwen restte bij aankoop grotendeels een bouwval, waarvan nog een klein deel bewoond werd. Nu, na vier jaar restauratie, wordt de allure van het u-vormige complex, met oprijlaan en poort steeds beter zichtbaar. Ook de groene omgeving van het pand is het bekijken waard. Aan beide zijden van de oprijlaan, bevindt zich grasland met daarin verspreid staande hoogstambomen. Zeer verrassend was dat er in een van deze bomen in 2008 een broedgeval van een blauwe reiger plaatsvond. Deze profiteerde ongetwijfeld van de rust, en de vochtige omgeving waarin altijd wel kikkers, muizen of ander dierlijk voedsel te vinden is. Een vaste broedvogel van het complex blijkt de grote gele kwikstaart die in of rond het gebouw zijn nest bouwt en langs de Zieversbeek, de molentak of in de vochtige weilanden naar insecten zoekt. In de Zieversbeek zit onder andere de donderpad een zeldzame vissoort. In het grasland westelijk van de molen bevindt zich een bron van een minieme zijbeek van de Zieversbeek, waarvan het water door een moerassig weiland naar de beek kabbelt. Aan de westzijde van deze beek bevindt zich nog een grote en oude hoogstamboomgaard.

Beheer in periode 1985-2011

herstel landschappelijke omgeving | jonge hoogstambomen bij geplant | consolidatie door stutwerk in het gebouw en rond de poort | noodherstel door nieuw dak op hoofdgebouw en woning | totaal restauratieplan opgesteld | stuwcomplex in molentak gerestaureerd | restauratie keldergewelven en molenwerk.

Beheervoornemens vanaf 2011

restaureren en functioneel maken van de voormalige woning, het molengebouw en het ketelhuis | in overleg met Waterschap herinrichting van de oude weijer | eventueel herbouw afgebrande westvleugel.

Meer info, folders en vakantiehuizen

Van dit natuurgebied is geen informatiefolder beschikbaar.

 

Vakantiewoning Frankenhofmolen 

 Deze oude industriele watermolen is omgebouwd tot een werkelijk prachtig vakantiehuis. De Frankenhofmolen is in eigendom van Stichting het Limburgs Landschap en te huur als vakantiewoning
 
'Koetsje durch 't Krijtland' in de Frankenhofmolen: