Onderste en Bovenste Molen | Jammerdal

Onderste en Bovenste Molen | Jammerdal

Juist ten zuidoosten van Venlo ligt op de overgang van hoog- en middenterras het gebied Onderste en Bovenste Molen, ook wel Jammerdal genoemd. Het Limburgs Landschap Beheert hier 44 ha natuurterrein, dat bestaat uit droog eikenbos en vochtig elzenbroekbos en een tot natuurgebied omgevormde voormalige klei- en grindgroeve.

Bereikbaarheid en recreatiemogelijkheden

Het gebied is voor wandelaars vrij toegankelijk op wegen en paden. Honden mogen aangelijnd mee. Buslijn 1 [Venlo-Tegelen] stopt vlakbij het gebied [Pelikaanstraat/Zwanenstraat; 10 minuten lopen].

Geschiedenis

Onderste en Bovenste Molen ontleent zijn naam aan twee watermolens. De Onderste Molen, althans het gebouw, staat er nog steeds. Al in 1426 wordt melding gemaakt van de molen, die gebruik maakte van het grote verval van de Molenbeek; over een afstand van ongeveer een kilometer daalt de beek ongeveer 9 meter. Al in de jaren '30 is het waterrad eruit gehaald omdat het gebruik van water uit de Molenbeek onmogelijk werd. Kleiwinning op het hoogterras veroorzaakte een 'lek' in de beekbedding, waardoor het water ondergronds verdween. Die klei- en zandwinning is mede verantwoordelijk voor de vorm van het huidige landschap. In de omgeving wordt al sinds de Romeinse tijd klei gewonnen. Eerst handmatig, later machinaal. Hierdoor ontstonden grotere en kleine plassen. De handmatige kleiwinning heeft voor een afwisselend reliëf gezorgd. Aan de rand van het gebied ligt nog een aantal grafheuvels en een origineel stuk Romeinse weg. De grafheuvels zijn ooit wetenschappelijk verantwoord opgegraven. Ze zijn enige jaren terug gerestaureerd en liggen weer herkenbaar in het terrein.

Beschrijving

Het Limburgs Landschap heeft meerdere eigendommen op het gebied rond de Onderste en Bovenste Molen. Die bestaan uit droog eikenbos met ruwe berk en wilde lijsterbes in de struiklaag en bochtige smele en rankende helmbloem in de kruidlaag, en vochtig bostypen. Deze laatste hebben zich ontwikkeld in vroegere ondiepe kleigroeves. In het bos is dit nog goed te zien: her en der liggen hopen dekgrond, die nu geheel begroeid zijn geraakt. Kleine bospoelen zijn het resultaat van diepere kleiwinning. Ze zijn zelfs door grote gele kwikstaarten ontdekt, vogels die meestal in een opener omgeving rondvliegen. De vochtige kleiige bodem is voedselrijk en levert een weelderig bos op, met daarin vele soorten bomen als es, zoete kers en beuk en struiken. Door de afwisseling aan kleine en grotere wateren was de regio vroeger erg interessant voor amfibieën, zeker acht soorten zijn er ooit aangetroffen waaronder de kamsalamander en de knoflookpad. De omgeving met de vele dichtgroeiende kleiputten is ook interessant voor allerlei andere vochtminnende dieren en planten. De overgangen van droog naar nat, met omhoog komend kwelwater, leverde in de jaren zeventig al meer dan 260 soorten hogere planten op. Het gebied was bij de mossenkenners befaamd om zijn rijkdom: meer dan 200 soorten mossen groeiden er. Tegenwoordig zijn veel van de kleiputten geheel dichtgegroeid, waardoor het aantal mossen is verminderd. De kwelstromen vanaf het hoogterras fungeren nu plaatselijk nog als bronnen voor beken. Zo ontspringt de Wilderbeek op de overgang van hoog- naar middenterras. In 2001 heeft Het Limburgs Landschap een recent afgewerkte kleigroeve in het Jammerdal in beheer genomen. Deze groeve is gebruikt voor de winning van Tegelse klei en zand. Bij de vergunningverlening was opgenomen dat de groeve een herinrichting als natuurgebied zou krijgen. Aansluitend volgde verkoop aan de Stichting zodat het gebied zich in de toekomst goed kan ontwikkelen. De groeve is zo gelegen dat een aantal grafheuvels en een stuk van een Romeinse weg behouden zijn gebleven. Er is bos aangeplant en een steile wand is behouden voor oeverzwaluwen. Op het diepste punt is in de bodem zoveel klei achtergelaten dat er water blijft staan. Hierdoor is er op kleine afstand veel variatie in leefmilieu en dat is een goede basis voor soortenrijkdom. De natuurgebieden rond de Onderste en Bovenste Molen spelen een essentiële rol in de ecologische verbindingszone tussen de Maasduinen ten noorden en de bosgebieden ten zuiden van Venlo. Nu worden, in samenwerking met de gemeente Venlo en de paters Trappisten, mogelijkheden verkend voor de vergroting van het areaal bos- en natuurgebied onder andere op de Ulingsheide, direct ten zuiden van het Jammerdal. Ook wordt een ecoduct over de a74 aangelegd en wordt een ecoduct over het spoor en de a67 voorbereid. Het kan leiden tot een natuurrijke stadsrand van Venlo, waar zelfs grote zoogdieren als edelherten ooit langs kunnen gaan trekken.

Beheer in de periode 1985-2011

amfibieënpoel aangelegd onder aan de steilrand oeverzwaluwrand vrijgemaakt van vegetatie Amerikaanse vogelkers bestreden extra toezicht gehouden om goed evenwicht tussen recreatie en natuur te bewerkstelligen inrichten ten behoeve van integrale begrazing wandelroutes uitgezet en infopanelen geplaatst in nieuw verworden terreinen recreatieve voorzieningen als banken en infopanelen aangelegd.

Beheervoornemens vanaf 2011

verder verbeteren van leefgebieden van amfibieën [onderhoud aanwezige poel, aanleg nieuwe wateren] na verdere verwerving, aaneengesloten natuurgebied creëren waarin begrazing met grote grazers belangrijk beheerinstrument wordt versterking van de ecologische verbindingszone Maasduinen- Jammerdal-Holtmühle, o.a. door bosaanleg op initiatief van gemeente Venlo opstellen van een recreatief gebruikersplan met alle betrokken partijen in het gebied verwijderen Amerikaanse vogelkers en gewone esdoorn om loofhout als zoete kers, haagbeuk, gewone es en eik zich te laten ontwikkelen | behoud historische elementen [Romeinse weg en grafheuvels] | soortgerichte maatregelen uitvoeren voor nachtzwaluw en zandhagedis optimaliseren waterhuishouding.

Meer info en folders

Van dit natuurgebied is geen informatiefolder beschikbaar.