Osen | Overlaat van Linne

Osen | Overlaat van Linne

Tussen Maasbracht en Osen heeft de Stichting 82 ha water en oevers in eigendom of beheer. Het betreft de Molengreend en de omgeving van de Overlaat van Linne [die beide voor Rijkswaterstaat worden beheerd] en de westzijde van de Gerelingsplas bij Osen. Deze terreinen worden gekenmerkt door karakteristieke riviernatuur, waarbij vooral de bloemenrijkdom in de zomer en de watervogels in de winter opvallen.

Bereikbaarheid en recreatiemogelijkheden

De Overlaat van Linne en de oevers van de Molengreend zijn voor voetgangers vrij toegankelijk. Over de Overlaat loopt tevens een fietspad dat via de stuw de west- en oostoever van de Maas met elkaar verbindt. Omdat er grazers in de terreinen lopen zijn honden in er niet toegestaan; wel mag de hond aangelijnd mee op de verharde weg van de Overlaat. De Molengreend is bereikbaar via Maasbracht [buslijn 71 en 86]; de terreinen bij Osen kunnen na een wandeling vanuit Heel worden bezocht; in Heel stopt buslijn 73 en 74.

Beschrijving

Vanaf de oostkant van de sluizen bij Osen heeft men een schitterend uitzicht over het Maasplassengebied. Direct naast het sluizencomplex ligt de Gerelingsplas. De Nederlandse Spoorwegen heeft er [net als in de naastgelegen Spoorplas] grind gewonnen voor spoorbedden. Na afronding van de winning zijn de oevers van de plassen heringericht. In de noordelijke hoek van het terrein zijn eilandjes aangelegd waarop nu wilgenbos groeit. Er broeden futen en meerkoeten aan de waterkant. In dit bosje bevindt zich een beverburcht. De Gerelingsplas en de Spoorplas [die geheel van de Maas is afgesloten] vormen een zeer belangrijk watervogelgebied binnen de Maasplassen. Tafel- en kuifeenden verblijven er in grote aantallen, maar ook aalscholvers en ganzen zijn regelmatige gasten. De Overlaat van Linne heeft een heel ander uiterlijk. Hier wordt bij hoge waterstanden het Maaswater om de stuw heen geleid. Bij lage waterstand ligt er een afgetakte Maasarm die bijna niet stroomt. Langs de oevers komen moerasvegetaties voor met lisdodde, liesgras en allerlei ruigtekruiden. In het water groeien fonteinkruidsoorten en andere drijvende waterplanten. Daartussen zwemmen paartjes krakeenden, die in het gebied broeden. Op de hoger gelegen grindrijke zones langs de weg en op de dijk komt stroomdalflora voor, zoals knoopkruid, ijzerhard en geelbloeiende toortsen. Het grind zorgt voor een zeldzame plantencombinatie. Op de dijken langs de Overlaat staan grote populieren met daaronder een soortenarme ruigte, die wel veel dekking biedt aan broedvogels zoals de bosrietzanger. Het hele terrein wordt jaarrond begraasd door een kleine kudde galloways. Ook de oevers van de Molengreend worden door galloways begraasd. Zeker in de [na]zomer zijn deze oevers vanwege hun kleurenrijkdom een rondwandeling waard. Juist hier komen bloemrijke vegetaties in optima forma voor. Op een der eilandje bevindt zich in het voorjaar een kleine broedkolonie aalscholvers. In juni en juli wordt de plas door ruiende ganzen benut; deze watervogels kunnen dan enkele weken niet vliegen, en hebben een rustig water waar geen recreatie plaatsvindt nodig om deze voor hen kritische periode in het jaar te doorstaan. In de wintermaanden wordt ook deze plas door grote aantallen eenden gebruikt om vorstvrij te overwinteren.

Beheer in periode 1985-2011

terreinen bij Overlaat van Linne en op de Molengreend omrasterd en begrazing gestart met galloways |gericht toezicht om illegale activiteiten te minimaliseren | bebording aangebracht met toegangsregels en informatie over het gebied | jaarlijks Maasvuil weghalen.

Beheervoornemens vanaf 2011

natuurontwikkeling Lus van Linne volgend op grindwinning door derden | extensief houden van waterrecreatie op de Gerelingsplas.

Meer info en folders

Van dit natuurgebied is geen informatiefolder beschikbaar.

Maas in Beeld rapportages: