Sarsven en de Banen | Schoorkuilen

Sarsven en de Banen | Schoorkuilen

Ten zuidoosten van Nederweert-Eind liggen meerdere vennen van Het Limburgs Landschap, onder andere het Sarsven, de Banen en de Schoorkuilen. Rondom liggen verlandingszones, bossen en graslanden. De totale oppervlakte van het gebied beslaat 218 ha.

Bereikbaarheid en recreatiemogelijkheden

Buslijn 82 [halte Wellenstein] passeert het Sarsven en de Banen. Door het gebied lopen enkele voor wandelaars vrij toegankelijke paden. Honden mogen aangelijnd mee. De Rietbeekroute door het gebied is ongeveer 7,5 km lang. Langs de zuidoostoever van de Banen staat een vogelkijkhut en bij het noordelijk deel van de Banen een vogelkijkwand. Beide zijn te bereiken via het wandelpad langs de Rietbeek dat vanaf de Banendijk bereikbaar is. De Schoorkuilen en de terreinen langs de Einderbeek zijn vanaf openbare wegen goed te overzien.

Geschiedenis

In 1955 heeft de Rijksuniversiteit Groningen opgravingen gedaan in de omgeving van het Sarsven. Dit blijkt een van de belangrijkste Nederlandse vindplaatsen te zijn van bewo ning uit de Oude en Midden Steentijd [10.0000 tot 3.000 voor Christus]. Werktuigen van vuursteen, zoals schrabbers, stekers en pijlspitsen verschenen bovengronds. De toenmalige bewoners waren jager-verzamelaars die van wild, vis en vruchten leefden; landbouw bedreven zij nog niet. Hun leefomgeving zag er toen heel anders uit dan nu. Waarschijnlijk lagen hun kampen in een soort beekdal in een laagte, waar zich nu het Sarsven en de Banen bevinden. Deze laagte is gedurende duizenden jaren echter natter geworden en dichtgegroeid met veen. Latere bewoners leefden daarom hoger op de zandruggen. Romeinse vondsten ten noordwesten van het Sarsven, hoger op de stuifzandrug, zijn hiervoor een aanwijzing. De ontvening van het gebied begon waarschijnlijk in de middeleeuwen. Hoewel exacte data niet bekend zijn, blijkt uit akten uit de 13e eeuw dat in Noord-Brabantse Peelgebieden al turf werd gewonnen. Ontvening ten oosten van Nederweert was relatief eenvoudig; de veenlaag zat ondiep en was meestal niet dikker dan ongeveer 1 meter. Tot in de 20e eeuw werd de turfwinning voortgezet. Zo ontstonden vennen en plassen die weer andere doeleinden kregen. Op de oevers groeide plaatselijk gagel, vroeger belangrijk voor het bereiden van bier. Mattenbies en riet dienden respectievelijk om zittingen van stoelen te maken en daken mee te bedekken. De vennen, die van nature periodiek droogvielen, werden waarschijnlijk in 1926 aangesloten op het regionale wateraan- en afvoerstelsel. Wateraanvoer werd mogelijk, en hierdoor ook het gebruik als visvijver. Een tweede markant product uit het venwater waren medicinale bloedzuigers. In 1880 werden deze toen nog gebruikelijke hulpmiddelen verkocht voor 6 cent per stuk. In het Sarsven komen nog steeds medicinale bloedzuigers voor, hoewel de soort in de rest van Nederland zeldzaam geworden is. Ten slotte werden de vennen en plassen in de regio echter op grote schaal drooggelegd. Uitgestrekte landbouwgebieden zoals het Vlakwater naast de Banen zijn het resultaat. Ook door demping verdwenen vennen. Het uitgebreide vennengebied dat vroeger lag waar nu de Einderbeek ligt, verdween onder het zand dat vrijkwam bij het graven van het kanaal Wessem-Nederweert. Ontginning, wateraanvoer, viskwekerijen, het graven van het kanaal Wessem-Nederweert en de aanleg van de Rietbeek dwars door de Banen hebben geleid tot een enorme afname van het areaal Peelvennen bij Weert. Al in het begin van de 20e eeuw luidde Mathijs Verstraeten de noodklok voor de vennen, die toen al een unieke en zeer goed ontwikkelde ven- en oevervegetatie hadden. In 1940 kocht het Limburgs Landschap het Sarsven, het eerste gebied dat ze in eigendom kreeg. Pas in 1968 volgde de Banen.

Beschrijving

De Banen en het Sarsven zijn beide herstelde vennen. Het eerste ven is in 1992 gerestaureerd en in 1998 uitgebreid met een noordelijke uitloper. Op een deel van de oever is de verlandingsvegetatie teruggedrongen en de voor vennen natuurlijke waterhuishouding hersteld. Dit houdt in dat er geen aanvoer van oppervlaktewater meer plaatsvindt. De enige waterstromen die het ven bereiken zijn neerslag en een kwelstroom uit de nabijgelegen gebieden. Het water uit het leemplateau noordelijk van het ven is voedselarm en heeft een karakteristieke mineralensamenstelling. Door de variatie in kwelstroom en neerslag is de natuurlijke seizoensgebonden peilfluctuatie in het ven hersteld, waardoor soms [ondersteund door het verlagen van een beheersbaar stuwpeil] brede oeverzones van het ven droogvallen. Aan deze combinatie van factoren zijn zeer specifieke plantensoorten gebonden zoals oeverkruid, moerashertshooi, kruipende moerasweegbree, gesteeld glaskroos en kleine biesvaren. Zij horen alle tot het oeverkruidverbond; een plantengemeenschap die in Nederland erg zeldzaam was, maar duidelijk profiteert van de vele venherstelprojecten. Riet was algemeen langs de oevers van De Banen maar na het venherstelproject valt op dat de rietkraag op de noordwestoever van het ven steeds smaller en ieler wordt. Deze plant houdt van voedselrijke omstandigheden en groeit slecht onder de huidige voedselarme omstandigheden. De afname van deze soort is dus gewenst vanuit de beheerdoelstellingen. Het Sarsven was tot 2010 voedselrijk. Het kanaal Wessem-Nederweert voerde via de Hulsenlossing voedselrijk water aan waardoor het waterpeil vrijwel constant bleef. De vegetatie rond dit ven zonder slikkige oevers bestond uit een brede zone van riet en mattenbies. Zeldzame planten ontbraken vrijwel. In 2009 is de aanvoer van voedselrijk kanaalwater echter gestaakt; het water van de Hulsenlossing wordt omgeleid. In 2010 is de dikke sliblaag uit het ven verwijderd, inclusief de begroeiing van de verrijkte oeverzones. De eerste jaren liggen de brede venranden er nog vrij kaal bij. Via een herstelde waterverbinding met De Banen zullen zich echter zaden van zeldzame planten verspreiden. Die kunnen zo kiemen langs het Sarsven. Op beide vennen zijn nu grauwe ganzen en dodaarzen te zien, terwijl er in het voor- en najaar allerlei eenden verblijven. De subtiel getekende krakeend kan met tientallen aanwezig zijn. Behalve vennen heeft het gebied nog meer te bieden. Vooral ronde Banen komen wilgenstruwelen en drogere bossen voor. Daarnaast liggen beschutte, afwisselend ruige en grazige vegetaties. Een kudde paarden graast er het gehele jaar. Koevinkjes, bruine zandoogjes en andere vlindersoorten waarvan de rupsen op grassen leven, zijn er talrijk. Insectenetende vogels als de grauwe vliegenvanger profiteren van de insectenrijkdom. In de omgeving van het kanaal Wessem-Nederweert zijn eind jaren '90 40 ha nieuwe gronden verworven waar een natuurherstelproject heeft plaatsgevonden. Uit onderzoek bleek dat deze omgeving in de 19e eeuw waarschijnlijk zeer soortenrijk was waar mogelijk zelfs de nu in Nederland uitgestorven zomerschroeforchis voorkwam. Na herstel is er een soortenrijke water- en oeverplantenvegetatie teruggekeerd, die sterk lijkt op die van de Banen. Zo is vanaf 1992 tot nu gewerkt aan herstel van een doorstroomvennensysteem met fraaie natuuren landschapswaarden.

Beheer in de periode 1985-2011

waterhuishouding rond de Banen aangepast: afwateringsstelsel losgekoppeld, stuwen geplaatst, put geïnstalleerd voor aanvoer kwelwater | sliblaag verwijderd uit de Banen oostoever Banen gemaaid overmatige elzenopslag verwijderd landbouwgronden rond vennen pachtvrij gemaakt vogelkijkhut en vogelkijkwand gebouwd venherstelprojecten Banen- Noord, Sarsven, Schoorkuilen en Einderbeek uitgevoerd.

Beheervoornemens vanaf 2011

omleiden van de Rietbeek | verder hydrologisch isoleren Sarsven en Banen | aanleg wandelroute en bouw schuilhut bij Sarsven.

Meer info en wandelfolders

Wandelfolder: Welkom bij het Sarsven en de Banen